autismeworks

Hoog sensitiviteit of autisme?

Autisme versus Hoog sensitiviteit  

Een literatuuronderzoek door Jentien Touwen voor de leergang Autismespectrumstoornissen voor professionals door Martine Delfos, mei 2014

De laatste jaren is er veel te doen rondom de autismespectrumstoornissen, AD(H)D en het concept van hoogsensitiviteit. In de media, op televisie, maar vooral ook op basisscholen, bij leerkrachten en ouders, roepen deze termen vragen op. Sommige mensen menen te weten dat autisme in het ver­lengde ligt van hoogsensitiviteit of dat hoogsensitiviteit simpelweg een ander woord voor autisme is.

In dit literatuuronderzoek wordt een poging gedaan enige helderheid te krijgen in het vage gebied tussen hoogsensitiviteit enerzijds en autisme anderzijds. Omdat het een kort en specifiek onderzoek betreft, wordt AD(H)D buiten beschouwing gelaten.

Allereerst volgt een beknopte beschrijving van autisme en van hoogsensitiviteit. Daarna wordt weergegeven welk recent wetenschappelijk en populair wetenschappelijk onderzoek gedaan is met betrekking tot hoogsensitiviteit en autisme versus hoogsensiviteit, waarbij een korte toelichting wordt gegeven op de bevindingen. Ten slotte volgt een overzicht met literatuur en internet adressen.

Hoogsensitiviteit     

‘A certain innate sensitiveness produces a special prehistory, a special way of experiencing infantile events, which in their turn are not without influence on the development of the child’s view of the world. Events bound up with powerful impressions can never pass off without leaving some trace on sensitive people’. (Jung,1913, p. 399). Carl Jung leefde van 1875 tot 1961.

De persoonlijkheidskenmerken die bij hoogsensitiviteit horen, zijn voor het eerst wetenschappelijk onderzocht en beschreven in 1997 door Aron en Aron. De definitie die Dr. Elaine Aron formuleerde luidt: ‘the Highly Sensitive Person (HSP) has a sensitive nervous system, is aware of subtleties in his/her surroundings, and is more easily overwhelmed when in a highly stimulating environment.’ Het is een eigenschap en geen aandoening die genezen moet worden. Volgens Aron is 15 tot 20% van alle mensen hoogsensitief, een biologisch gegeven, sekseneutraal. Culturele verschillen hebben geen invloed, in Japan is het percentage even hoog als in Amerika. (www.hsperson.com)     

In een onderzoekartikel (1997) stelden Aron en Aron dat er een onderliggende, differentiërende eigenschap bestaat die bepaalt hoe sommige individuen stimuli verwerken. Deze eigenschap, genaamd hoogsensitiviteit, hooggevoeligheid of sensory-processing sensitivity , zou tot gevolg heb­ben dat deze personen een hogere gevoeligheid van het centraal zenuwstelsel en een hogere reflectivi­teit bezitten waardoor ze sneller een hoge mate van arousal bereiken. Uit Aron’s onderzoek is gebleken dat in de hersenen van hoogsensitieve mensen de verwerking van informatie anders verloopt. Een zevental elkaar opvolgende onderzoeken hebben geresulteerd in een vragenlijst die tegenwoordig bekend is als de Highly Sensitive Personality Scale (HSP-scale). Smolewska, McCabe en Woody (2006) evalueerden de HSP-schaal als een valide en betrouwbaar meetinstrument voor het concept hoogsensitiviteit. Daarnaast kwamen Aron en Aron (1997) tot de conclusie dat de HSP-schaal een hoge betrouwbaarheid heeft. (www.vereniginghooggevoelig.nl/wetenschappelijk/Jong2010.pdf).

Autisme    

Over de termen ‘autisme’ en ‘autismespectrumstoornissen’ is al heel wat discussie gevoerd. Autisme laat zich niet gemakkelijk omschrijven omdat het op verschillende manieren en in verschillende gradaties tot uitdrukking kan komen. In het handboek voor psychodiagnostiek, de DSM-4-TR, werd naar drie domeinen gekeken voor een diagnose:

  • beperkingen in de sociale interactie
  • beperkingen in de communicatie
  • stereotiepe patronen van gedrag

 

Naast klassiek autisme werden ook Asperger en PDD-NOS (Pervasieve Development Disorder-Not Otherwise Specified) onderscheiden.

In de nieuwe DSM 5 (2013) echter, is de overkoepelende term ‘autismespectrumstoornis’ of kortweg ASS officieel geïntroduceerd omdat men af wilde van de onduidelijke grenzen tussen de verschillende subtypes uit de DSM-4. De criteria voor de nieuwe diagnoses ASS zijn anders dan die voor de diverse vormen van autisme in de vorige editie van de DSM. De belangrijkste wijziging is dat er voortaan twee domeinen worden onderscheiden in plaats van drie.

  • beperkingen in de sociale communicatie en interactie
  • repetitief gedrag en specifieke interesses

 

Een theorie die in Nederland, maar ook wereldwijd, steeds meer bekendheid krijgt, is de MAS1P van Dr. Martine Delfos. Het gaat er hier om, dat bij mensen met autisme een breed leeftijdsspectrum binnen één persoon kan spelen: MAS1P, Mental Age Spectrum within 1 Person (Delfos 2010; 2001-2011). Hiermee kan op een andere manier naar probleemgedrag gekeken worden dan tot op heden gedaan werd, namelijk door de vraag te stellen bij welke leeftijd het gedrag eigenlijk past. Hiermee wordt niet uitgegaan van een defect maar eerder van een vertraging of versnelling in de ontwikkeling.

De hierboven beschreven criteria voor autisme gelden overigens voor ASS als gevolg van een genenpatroon en niet voor ASS ten gevolge van andere oorzaken zoals trauma.

Wetenschappelijke informatie over autisme en hoogsensitiviteit

Berichten over onderzoeken naar autisme volgen elkaar snel op, maar onderzoek naar hoogsensitiviteit staat nog in de kinderschoenen en is voornamelijk gericht op de psychische en mentale aspecten. De Amerikaanse psychologe en psychotherapeut Dr. Elaine Aron heeft hier als eerste uitgebreid onderzoek naar gedaan en kwam tot de conclusie, dat het om een aangeboren en stabiele eigenschap gaat. In haar afstudeerscriptie aan de Radboud Universiteit van Nijmegen schrijft S. Walda dat er in Nederland, op één onderzoek na (LiHSK, 2006), helemaal geen onderzoek bekend is naar hoogsensitiviteit bij kinderen of volwassenen. Omdat de bekende onderzoeken van Dr. Aron tot de populair wetenschappelijke soort worden gerekend, ontstaat volgens Walda een voedings­bodem voor sceptici als Breeuwsma (2005), die het bestaan van hoogsensitiviteit bij kinderen in twijfel trekt zonder dat zijn uitspraken onderbouwd zijn met goed wetenschappelijk onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek naar hoogsensitiviteit versus autisme

In 2010 heeft de Jong onderzoek gedaan naar hoogsensitiviteit in relatie tot AD(H)D en PDD NOS. Het onderzoek had de titel ‘Temperament of Stoornis’ en had als doel het vage gebied tussen hoogsensitiviteit enerzijds en de stoornissen anderzijds te verhelderen. Hiermee zou toekomstige diagnostiek vergemakkelijkt moeten worden, omdat de wetenschap er nog maar weinig mee bezig is geweest. In de studie is met behulp van vragenlijsten onderzocht of hoogsensitieve kinderen meer gedragskenmerken van AD(H)D en autisme vertonen dan niet hoogsensitieve kinderen.

Wat uit de resultaten naar voren kwam, is dat de hoogsensitieve kinderen hogere scores behalen dan de niet hoogsensitieve kinderen met specifieke vragenlijsten voor ADHD- en PDD- problematiek en dus meer overeenkomsten in hun gedrag vertonen met kinderen met PDD NOS. Dit betekent niet dat deze kinderen het label ASS mogen krijgen. Dit met name, stelt de Jong, omdat hoog sensitieve kinderen anders reageren op de problemen die ze tegenkomen. Zo hebben hoogsensitieve kinderen veel oog voor detail en voor veranderingen van situaties en zijn zich zeer bewust van hun omgeving (Aron, 2009). Daarnaast zijn hoogsensitieve kinderen zich over het algemeen zeer bewust van andermans gevoelens, zijn ze empatisch en observeren deze kinderen nauwkeurig hun sociale omgeving (Aron, 2009). De Jong concludeert dat er wel een overlap is tussen het temperament hoogsensitiviteit en PPD NOS, maar dat er in klinische settingen beter rekening gehouden moet gaan worden met het feit dat prikkelgevoelige kinderen niet per definitie een stoornis hebben. Kinderen verkeerd labelen kan schade toebrengen, aldus de Jong. Het onderzoek van De Jong bewijst echter nog niet genoeg en meer onderzoek naar hoog sensitiviteit zou gestimuleerd mogen worden. Hierdoor kan er ook beter gekeken worden of hoog sensitiviteit werkelijk bestaat als type.

Uit een eigen vergelijking door het LiHSK (Landelijk informatiepunt Hoog Sensitieve Kinderen) in 2009 werd geconcludeerd, dat kinderen met PDD-NOS veel gewoonten hebben waar ze niet snel van afwijken. Wanneer dingen anders gaan dan het kind gewend is, raakt het in paniek, wat zich meestal uit in boosheid of zeer opstandig gedrag. Hoogsensitieve kinderen echter, staan open voor uitleg en correctie als het gaat om veranderingen, ook al ervaren zij wel moeilijkheden wanneer ze geconfronteerd worden met een andere situatie. Daarnaast kunnen ze meestal vrij snel leren hoe ze met lastige situaties om moeten gaan. Beide typen kinderen, kunnen snel afgeleid worden door onder andere harde geluiden, kriebelende kleren en lichamelijke pijn, maar de reactie op deze prikkels verschilt. Hoogsensitieve kinderen kunnen de situatie goed analyseren en zijn in staat daardoor uitleg te geven over „het hoe en wat‟ van hun handelen. Een kind met PDD-NOS gaat hier echter op een zeer stereotiepe manier mee om: te heftig in relatie tot de situatie, is gefixeerd en moeilijk bij te sturen. Communiceren met een hoog sensitief kind is vaak eenvoudiger dan met een kind met PDD-NOS. Deze laatste groep reageert vaak overdreven heftig in relatie tot de situatie, waardoor anderen het kind moeilijk kunnen bijsturen. Hoogsensitieve kinderen zijn sociaal sterk ontwikkeld, terwijl kinderen met PPD NOS veelal moeite hebben met sociale informatie, wederkerigheid in gedrag met leeftijdgenoten, non-verbale communicatie en het leggen van nieuwe contacten.

Wanneer het Syndroom van Asperger met hoogsensitiviteit wordt vergeleken, stelt het LiHSK dat de verbale vaardigheid een overeenkomst is, met name wanneer zij een bovengemiddelde of hoge intelligentie hebben. Bij hoogsensitieve kinderen echter is de intelligentie harmonischer ontwikkeld: zij leggen vlot verbinding met andere begrippen en laten een enorme diepgang zien. Kinderen met Asperger weten vaak veel van één onderwerp, zoals computers of wiskunde, en kunnen daar helemaal in opgaan. Beide typen kinderen kunnen eigenwijs en koppig zijn. Bij het hooggevoelige kind komt dit voort uit een gevoel voor rechtvaardigheid, een diep innerlijk weten en het doorzien van onecht gedrag bij mensen. Kinderen met het syndroom van Asperger zijn daarentegen vaak koppig en vasthoudend omdat ze bang zijn hun grip op de situatie te verliezen. Ze hebben behoefte aan voorspelbare situaties en houden niet van veranderingen, omdat ze die niet goed binnen een bepaalde context kunnen plaatsen.

 

Beknopte literatuurlijst

Aron, E.N. (2003). The Highly Sensitive Person. Groot Britannie: Clays Ltd. St Ives plc.

Aron, E.N. (2003). Hoogsensitieve personen in de liefde. Amsterdam: uitgeverij Archipel.

Aston, M.C. (2009). Werken aan je aspergerrelatie. Amsterdam: Nieuwezijds B.V.

Aston, M.C. (2014, 2edruk). Als je partner aspergersyndroom heeft. Amsterdam: Nieuwezijds B.V.

Delfos, M.F. (2012). Autisme vanuit een ontwikkelingsperspectief. Amsterdam: Uitgeverij SWP

Delfos, M.F. (2011, 9e druk). Een vreemde wereld. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

 

Websites en online documenten:

– Aron, E.: The Highly Sensitive Person: www.hsperson.com

– Bosman, Pr. Anna M.T.: www.annabosman.eu/

– Vereniging Hooggevoelig Nederland, website opgezet door Prof. Dr. A.M.T. Bosman:   www.vereniginghooggevoelig.nl                                                                                                                          

http://www.vereniginghooggevoelig.nl/wetenschappelijk/Jong2010.pdf http://www.vereniginghooggevoelig.nl/wetenschappelijk/Walda2007.pdf

– Landelijk informatiepunt Hoog Sensitieve kinderen: http://www.lihsk.nl/

– Multidisciplinair expertisecentrum van Thomas More voor ontwikkeling en leren: http://www.codelessius.eu/sites/www.codelessius.eu/files/media/Van%20DSM-IV%20naar%20DSM-5.pdf

– Artikel in tijdschrift de psycholoog door dhr. Breeuwsma (2005): http://www.tijdschriftdepsycholoog.nl/assets/sites/6/dePsycholoog_nr5-2005.pdf

Noot: Met name de Vereniging Hooggevoelig Nederland heeft een zeer uitgebreide literatuurlijst waarin wetenschappelijke literatuur, bachelor en masterscripties (Universiteit en HBO), Lezingen, zelfhulpboeken en overige informatie helder uiteen worden gezet.

Op de website van Elaine Aron wordt onder de kop ‘research ’verwezen naar haar wetenschappelijke studies en artikelen alsmede artikelen van andere relevante onderzoeken.

 

Geen reacties mogelijk